In 2011 heeft de gemeente Alkmaar een overeenkomst gesloten met AZ over de vestiging van een nieuw trainingscomplex in de Westrand. De gemeente heeft hiervoor verwervings- en ontwikkelkosten gemaakt. Uiteindelijk heeft AZ besloten het jeugdcomplex in Zaanstad te bouwen. De gemeente en AZ zijn daardoor in een juridische strijd terecht gekomen. Het college voorziet een lange en kostbare procedure en vraagt de gemeenteraad in te stemmen met het besluit geen verdere juridische procedures te volgen en de kosten voor eigen rekening te nemen.
AZ heeft in 2014 besloten het jeugdcomplex in Zaanstad te bouwen en niet in Alkmaar. Tegen dit besluit heeft de gemeente een kort geding aangespannen, waarbij de voornaamste eis was dat AZ verplicht zou worden om door te onderhandelen over de definitieve overeenkomsten. In het vonnis heeft de rechter bepaald dat het Afsprakenkader bindend is, maar daaraan geen consequenties verbonden. Het college heeft tegen dit besluit geen hoger beroep ingesteld.

Het college vraagt nu de instemming van de raad met het besluit om geen bodemprocedure in te stellen. In zo’n procedure zou de gemeente de door AZ veroorzaakte schade kunnen terugvorderen. De schade is bepaald op € 808.000. Het voorstel is dit verlies te verwerken in de jaarrekening 2014.
Victor Kloos: “Een bodemprocedure is een langdurige en kostbare aangelegenheid met het risico dat de gemeente in het ongelijk wordt gesteld. Het college wil zich inzetten voor een transparante, gezonde en zakelijke relatie met AZ. Verdere procedures zou die relatie voor lange tijd belasten.”