Na twee jaar ziekte verandert er veel voor werknemers. De wettelijke ontslagbescherming tijdens ziekte vervalt, en werkgevers mogen het dienstverband beëindigen. Veel mensen vragen zich dan af of ze nog recht hebben op een transitievergoeding. Het korte antwoord: in de meeste gevallen wel.
Wat gebeurt er na 104 weken ziekte?
Een werkgever mag een zieke werknemer de eerste twee jaar niet ontslaan. Na 104 weken vervalt dat opzegverbod. De werkgever heeft dan twee opties. Hij kan bij het UWV een ontslagvergunning aanvragen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Of hij stelt een vaststellingsovereenkomst voor, waarin jullie samen afspreken dat het dienstverband stopt.
Bij ontslag via het UWV heb je in de regel recht op een transitievergoeding. Bij een vaststellingsovereenkomst spreek je de vergoeding samen af, en dan is de transitievergoeding meestal het uitgangspunt. Ook de periode waarin je ziek was, telt mee voor de lengte van je dienstverband.
Hoe bereken je de transitievergoeding?
De berekening is voor iedereen gelijk. Je krijgt een derde van je bruto maandsalaris per volledig dienstjaar. Daarbij tellen ook je vakantiegeld en vaste toeslagen mee. Voor een deel van een jaar wordt naar rato gerekend.
Een voorbeeld: je verdient € 3.240 bruto per maand, inclusief vakantiegeld, en bent 14,5 jaar in dienst. Een derde van je maandsalaris is € 1.080. Voor veertien hele jaren is dat € 15.120. Voor het halve jaar komt er € 540 bij. De totale transitievergoeding is dan € 15.660 bruto.
In 2026 is de transitievergoeding maximaal € 102.000 bruto. Verdien je per jaar meer dan dat, dan geldt je jaarsalaris als maximum. Met een transitievergoeding berekenen na 2 jaar ziekte zie je snel waar je ongeveer op uitkomt.
Waarom werkgevers soms aarzelen
Lang niet alle werkgevers zetten na twee jaar ziekte meteen een ontslag in gang. Vroeger hielden ze het dienstverband dan vaak "slapend" in stand. De werknemer bleef formeel in dienst, maar kreeg geen salaris meer. Zo hoefde de werkgever geen transitievergoeding te betalen.
Dat kan nog steeds, maar de werknemer staat sterker. Sinds het Xella-arrest van de Hoge Raad uit 2019 moet een werkgever in de regel meewerken als een langdurig zieke werknemer zelf vraagt om het dienstverband te beëindigen met een transitievergoeding. Alleen als er nog een reële kans is dat je terugkeert in je werk, kan de werkgever weigeren. Daarnaast kan de werkgever de vergoeding laten compenseren door het UWV. Hij krijgt het bedrag dan vaak volledig terug, tot maximaal het loon dat hij tijdens je ziekte heeft doorbetaald. Daardoor de drempel om te betalen een stuk lager ligt.
Wanneer moet het geld er zijn?
De transitievergoeding moet binnen een maand na het einde van het dienstverband betaald zijn. Weigert je werkgever te betalen of is er onenigheid over het bedrag, dan heb je vanaf het einde van je dienstverband drie maanden de tijd om naar de kantonrechter te stappen. Dat is een vervaltermijn. Laat je die verstrijken, dan ben je je recht kwijt.
Let op de belasting
Een transitievergoeding is belast. Je werkgever houdt loonheffing in volgens het tarief voor bijzondere beloningen, waardoor het netto bedrag vaak tegenvalt. Bij je aangifte inkomstenbelasting wordt het definitief verrekend. Hoeveel je uiteindelijk overhoudt, hangt af van je andere inkomsten in dat jaar. Meer daarover lees je in de uitleg over belasting over je ontslagvergoeding.
Zelf actie ondernemen
Ben je bijna twee jaar ziek en hoor je niets van je werkgever? Dan kun je zelf het initiatief nemen. Volgens Ontslagjuristen Nederland is het verstandig om op tijd een jurist in te schakelen. Die kan namens jou een verzoek tot beëindiging doen en controleren of de berekening van de vergoeding klopt. Zeker bij een lang dienstverband gaat het al snel om tienduizenden euro's.

14.1 ℃






























































































