In een Chinese tekst uit het jaar 868 speelt de dochter van een keizer een spel met bladeren. Hoe dat spel precies werkte, weet niemand meer, en historici zijn het er niet eens over of het om kaarten ging zoals wij die kennen. Wat wel vaststaat, is dat er sindsdien geen eeuw is geweest waarin mensen niet ergens met een stapel kaarten aan tafel zaten. Het opvallende aan die geschiedenis is hoe weinig het spel zelf veranderde, terwijl de tafel waaraan werd gespeeld steeds iets anders werd.
Van China naar Caïro
Vroege Chinese kaarten leken weinig op een modern spel. Ze waren niet in kleuren ingedeeld, en sommige waren verwant aan het papiergeld van die tijd. Via handelsroutes door de islamitische wereld kwamen ze terecht in het Egypte van de Mammelukken, en daar ontstond het eerste systeem dat wij zouden herkennen.
Het Mammelukse spel had vier kleuren, namelijk bekers, munten, zwaarden en polostokken, met genummerde kaarten en hofkaarten. De bewaarde exemplaren zijn onvolledig, maar een compleet spel telde waarschijnlijk 52 kaarten, precies zoveel als vandaag.
De komst naar Europa
Rond 1370 bereikten kaarten Europa, vermoedelijk via Venetië, Zuid-Italië of Spanje. Ze sloegen snel aan, en net zo snel kwamen de verboden. Stadsbesturen en geestelijken vaardigden de ene regel na de andere uit tegen wat sommigen de prentenboeken van de duivel noemden. Een beschrijving uit 1377 noemt al een spel van 52 kaarten.
De polostokken maakten de oversteek niet. Polo was in Europa een onbekende sport, en het symbool werd vervangen door iets wat mensen wel herkenden. Dat zou niet de laatste aanpassing zijn.
Ook de vroegste Europese kaarten weerspiegelden de samenleving waarin ze werden gespeeld. De hofkaarten kregen koningen, ridders en knechten, figuren die iedereen kende uit het leven aan het hof. In Italië en Spanje bleven de oude kleuren van munten, bekers, zwaarden en stokken lang in gebruik, en in delen van die landen worden ze nog altijd gespeeld.
Dezelfde kaarten aan andere tafels
Door al die eeuwen heen bleef de basis opvallend stabiel. Wie vandaag klaverjast aan de keukentafel, bridge speelt in een clubhuis of een avond rummy speelt met de buren, gebruikt in essentie hetzelfde spel kaarten dat in de vijftiende eeuw in Frankrijk zijn vorm kreeg.
Dat geldt ook voor wie pokeren op internet doet. De kaarten verschijnen op een scherm, de regels zijn identiek, en een speler uit 1880 zou na een minuut kijken begrijpen wat er aan de virtuele tafel gebeurt.
Drukwerk en vaste kleuren
Wat kaarten van een luxeartikel tot iets voor iedereen maakte, was de techniek om ze te drukken. Met houtsnedes konden kaarten in vellen van één blok worden afgedrukt, wat een vorm van goedkope massaproductie mogelijk maakte. De oudste bewaarde kaarten dateren van rond 1420, en de meest luxueuze exemplaren uit die tijd waren waarschijnlijk nooit bedoeld om mee te spelen.
Lange tijd had elke regio zijn eigen kleuren. Duitse spellen hadden geen vaste symbolen of rangorde, en pas rond 1480 ontstonden in Frankrijk de harten, ruiten, klaveren en schoppen. Die symbolen waren eenvoudig met een sjabloon in rood en zwart aan te brengen, en dat praktische voordeel maakte ze uiteindelijk wereldwijd de standaard.
Een Frans spel in Amerika
Poker heeft een vergelijkbaar verhaal. Het spel stamt af van poque, dat in de zeventiende eeuw in Frankrijk populair werd en door Franse kolonisten werd meegenomen naar New Orleans. Engelstalige bewoners maakten er poker van, met vijf kaarten per speler en rond 1834 een spel van 52 kaarten.
Vanaf daar trok het spel de Mississippi op, met de bemanning van rivierboten die goederen door het land vervoerden. Aan boord en in de havensteden langs de rivier leerden reizigers het spel van elkaar, en ze namen het mee naar het westen en het noorden. Sommige historici zien de wortels nog verder terug, in het Spaanse spel primero uit de zestiende eeuw, waarin bluffen al een belangrijke rol speelde.
Het eerste kaartspel op een scherm
De stap naar het scherm begon met een verrassend praktisch doel. Toen Windows 3.0 in mei 1990 verscheen, zat er een patiencespel bij, en dat was er niet toevallig. Veel gebruikers hadden nog nooit een muis gebruikt, en Microsoft zag in het verslepen van kaarten een manier om die vaardigheid te oefenen zonder dat het als les voelde.
Het spel werd in 1988 in zijn vrije tijd geschreven door een stagiair, die het op een interne server zette waar een programmamanager het ontdekte. Het ontwerp van de kaarten kwam van dezelfde ontwerpster die de iconen van de eerste Macintosh tekende. Voor miljoenen mensen was een kaartspel daarmee de eerste ervaring met een computer, lang voordat iemand online tegen een ander speelde.
Wat de tafel overleefde
Van een tekst uit de negende eeuw tot een app op je telefoon is de vorm van het spel nauwelijks veranderd. Vier kleuren, een rangorde en een handvol regels die je in een paar minuten uitlegt. Wat veranderde, is waar en met wie je speelt.
Wie ooit met grootouders heeft gekaart, weet hoe makkelijk een spel tussen generaties overgaat, en die overdracht werkt online net zo goed als aan tafel. Dat verklaart waarom kaartspellen elke technologische stap hebben overleefd. Ze passen op een keukentafel, in een broekzak en op een scherm, en ze vragen niets anders dan iemand om tegen te spelen en een paar minuten om de regels uit te leggen.

11.2 ℃






























































































